Blogposts

Hypercorrectie: Als je iets té goed je best doet

Hypercorrectie

Het mooiste gevalletje hypercorrectie dat ik ooit tegenkwam? ‘De informatie vind je in bijgevoegd Wordt-document’. Inderdaad, Word met -dt. Bij hypercorrectie doen mensen hun best om correcte en professionele zinnen te maken. Ze gaan daardoor soms te ver in hun verbeteringen, waardoor het toch weer fout gaat. Hier lees je waar het vandaan komt en krijg je voorbeelden van veelvoorkomende woorden die je dus niet hoeft te corrigeren.

Vroeger kwam hypercorrectie vooral voor bij de lagere sociale klassen, die indruk wilden maken op de elite door net als hen te praten. Maar die zichzelf – bewust van het verschil in taalgebruik – net iets té rigoureuze taalregels oplegden. Hypercorrectie komt nu vooral voor bij schrijvers die, net als wij overigens, uit een dialectregio komen. Zij doen hun best om dialectwoorden te vermijden en ‘netjes’ ABN te spreken, maar daardoor verbasteren ze soms woorden die al tot de ‘standaardtaal’ behoren. Ze verbeteren het goede woord dan op een manier zoals ze bij dialectwoorden zouden doen. Op een van de redacties waar wij ooit werkten, ging een lijst rond met ‘dialect in je Nederlands’, verbasteringen die je juist weer wél moet corrigeren.

Voorbeelden van hypercorrectie

  • Dialectismen

    Zo noem ik ze maar even. Ik vond online de bewering dat Groningers soms bioschoop zeggen, omdat de sk-klank veel voorkomt in hun dialect en dus als ‘plat’ geldt. Overcompensatie, dus. Limburgers zijn vaak vanuit hun dialect geneigd om de raam te zeggen. Met die kennis in hun achterhoofd verbeteren ze dit vaak naar het raam. Maar soms weten ze nog dát ze iets moeten verbeteren, maar niet precies meer wat nu het juiste was, waardoor je toch weer op de uitkomt.

  • ‘Slordigheden’ overcorrigeren

    Toch nog een restantje ‘meedoen met de elite’, lijkt het wel. Een veelvoorkomende soort hypercorrectie is die waar je ogenschijnlijk slordige woorden iets te veel oppoetst. Vaak genoemd wordt het voorbeeld van televisiezwerver Swiebertje, die koppie koffie niet netjes vond klinken en dus niet alleen het koppie maar ook de koffie corrigeerde: kopjen kofjen. Maar in minder overdreven mate gebeurt het ook: zo wordt beeldhouwen regelmatig beeldhouden of wordt aanschouwen ineens aanschouden. En wat denk je van oudbollig? Oubollig wordt dan overgecorrigeerd.

  • Grammaticaregels te strikt hanteren

    We hebben allemaal geleerd dat data het meervoud van datum is en dat je musea zegt als je meer dan een museum hebt (datums en museums mogen trouwens ook gewoon!). Maar vaak ‘weet je dat er iets mee is’, maar weet je niet meer precies hoe het ook alweer zat. Dat is vaak de oorzaak voor vormen als data’s of musea’s. En die zijn dan wel weer fout.

    Of wat denk je van hun? Dat wordt vaak – omdat men weet dat ze het soms onterecht gebruiken – maar helemaal vermeden. En dan krijg je rare kronkels als Dat is hen woning. Hetzelfde geldt vaak voor als en dan vooral in de vergelijking Ik ben twee keer zo slim dan jij.

  • Werkwoordsvormen

    Ik, daar hoort de stam van het werkwoord bij. Bij hij krijg je stam + t. Maar als je die regels te strikt volgt, krijg je bijvoorbeeld Hij wilt. En daar klopt die regel nou juist weer net niet.

    Of dit vrij willekeurige voorbeeldje: Latijn-Amerika in plaats van Latijns-Amerika. Want degene wist wel dat je Latijn zegt, en geen Latijns, als je het over de dode taal hebt. Die regel werd dan ook maar meteen – foutief – op de geografische naam toegepast. En dat hoeft helemaal niet.

Hypercorrectie is de schuld van het grammaticaonderwijs

Het is trouwens heel logisch, hypercorrectie. De Radboud Universiteit deed begin dit jaar onderzoek met als conclusie dat grammaticaonderwijs de reden is voor taalfouten, juist doordat we hypercorrectie toepassen. “Het aanleren van bepaalde grammaticaregels kan leiden tot het maken van fouten in andere grammaticaconstructies.” De onderzoekers zagen dat de prestaties wel verschilden per opleidingsniveau: vwo’ers deden het net iets beter dan vmbo’ers bij groter dan en Ik geef het boek aan hen’. Maar in zinnen zoals Ik geef … het boek kozen de meeste vwo’ers voor het incorrecte woordje hen, terwijl de vmbo’ers hier vaker het correcte hun invulden.

“Onze verklaring daarvoor is hypercorrectie: het zo goed willen doen dat je het juist fout doet”, stelden de onderzoekers. Zij pleiten ervoor in grammaticaonderwijs niet zozeer te benadrukken op wat fout gaat (oeps, zoals wij doen in dit blog!). “Het is beter om in de grammatica zelf te duiken in plaats van op zichzelf staande regels te leren over wat goed en fout is.”

Grammatica blijft gewoon lastig. En soms geldt zelfs: hoe meer je je best doet om het goed te doen, hoe groter de kans dat het fout gaat.

Wil je gewoon relaxed schrijven?

En niet hoeven nadenken over grammatica! Laat dat dan aan een professional over: focus je op de inhoud en je boodschap. Dan halen wij de -dt’s en andere grammaticale missers er wel voor je uit. Meer weten over het laten redigeren van teksten? Wij vertellen je er graag alles over!

Deel dit bericht