Blogposts

Jongerentaal: lit of lauw? Of wacht… is dat allebei goed?

jongerentaal

De scholen zijn weer begonnen: de perfecte tijd voor een leuk lijstje! Jongerentaal, dit keer. Dachten we. Want laat ik eerlijk zijn, nu ik de dertig ruim voorbij ben, moet ik ook toegeven niet meer helemaal in touch te zijn met de jeugdtaal van nu. En dan kunnen we wel een lit lijstje proberen te maken, maar er komt een moment dat je moet toegeven dat dat eigenlijk vooral pijnlijk wordt. Daarom in dit blog een korte beschouwing: over jongerentaal en de verrijking van het Nederlands.

In mijn tijd waren het vet, chill en zelfs het ietwat schattige coolio. Tegenwoordig – heb ik me laten vertellen – gaat het om woorden als niffo, kill en lit. Maar op het moment dat straattaalwoorden te googelen worden, zijn ze eigenlijk alweer over hun hoogtepunt heen. Waarom toch die steeds verversende jongerentaal?

De meeste wetenschappers zeggen: omdat buitenstaanders (dus: ouders) er niets van snappen. Toch gebruikte ik vroeger echt niet woorden als thnx omdat ik dacht dat mijn ouders dat niet zouden begrijpen. Waarom wel? Om je identiteit af te bakenen? Je hoort bij de groep mensen die LMFAO gebruiken?

Straattaal is bij uitstek geschikt voor taboewoorden en die uit je makkelijker in een andere taal, ontdekte antropoloog en taalwetenschapper Vincent de Rooij:

Engelssprekenden zijn soms verbijsterd over het gemak waarmee wij ‘shit’ roepen, en als ze kinderen uit de middenklasse, fucking-dit en fucking-dat horen zeggen. Het gaat bij straattaal altijd om markeringen, waarmee je jezelf onderscheidt als lid van een groep. De intonatie is net een beetje anders, of de betekenis van bestaande woorden verschuift: zoals ‘kapot’, ‘ziek’ of ‘lauw’ in de betekenis van ‘heel erg’, maar je ziet ook wijzigingen in de grammatica: ‘Ik heb haat aan jou’ of ‘Weet je waar zijn huis woont?’.

En die varianten wisselen voortdurend, omdat ze steeds weer algemener gebruikt worden. Maar als kinderen op het schoolplein aaaaight kil gaan roepen, dan is het voor de oorspronkelijke gebruikers van de straattaal allang niet cool meer.

Te oud, te fout

Op een gegeven moment kom je op het punt waarop je voelt dat het niet meer echt ‘past’. Ik kan vol overtuiging zeggen dat iemand gedist is, maar dan merk ik aan de rollende puberblikken dat ik degene ben geworden waarvan ik vroeger zei: ‘Doe maar gewoon niet meer, mam.’ Dertig schijnt toch echt wel een grens te zijn voor het gebruik van jongerentaal.

Straattaal in advertenties geeft een beetje hetzelfde effect. Om je te richten op jongeren, hoef je niet te klinken als jongere. Je probeert als tekstschrijver mogelijk nauw aan te sluiten bij de belevingswereld van jongeren, maar hun woordgebruik past vaak niet bij jou als afzender. En jongeren prikken daar feilloos doorheen.

De Belastingdienst die haar slogan Leuker kunnen we het niet maken, wel makkelijker op haar jongerenpagina verandert in Vetter kunnen we het niet maken, wel chiller valt natuurlijk keihard door de mand. Onze tip: je hoeft niet je doelgroep te worden om hen te begrijpen. Ja, je moet altijd zorgen voor aansluiting bij hun belevingswereld, maar je hoeft er niet perse face first in te duiken.

Geen kaders, geen regels

Het leuke aan jongerentaal is dat het niet te vangen is. Jongerentaal, straattaal, studententaal of ‘sms’-taal (op zich al achterhaald, wie sms’t er nu nog?): het verwijst allemaal naar een soortgelijk taalfenomeen maar is zeker niet allemaal hetzelfde. Het zijn geen talen waarvan de woordenschat of grammatica is vastgelegd en ze zijn altijd aan verandering onderhevig. Maar dat maakt het juist ook zo interessant.

Jongerentaal en taalverloedering

Hoewel veel ouders, leraren en ouderen zich enorm kunnen ergeren aan jongerentaal en het vaak in een adem genoemd wordt met taalverloedering en taalarmoede, hoeft dat echt niet zo te zijn. Wellicht komt het omdat veel straattaalwoorden agressief of stellig overkomen. Maar sommige onderzoekers noemen jongerentaal zelfs een vorm van poëzie. Juist jongeren die het Nederlands goed beheersen, gebruiken de straattaal op inventieve manieren. Je merkt dit bijvoorbeeld wanneer jongeren met ouders of docenten praten: dan schakelen ze vaak feilloos over naar het ‘normale’ Nederlands. En recent onderzoek wees uit dat Whatsapp-taal juist bijdraagt aan een creatief gebruik van taal en taalbeheersing.

Jongerentaal verrijkt onze standaardtaal

En soms, al willen we het niet altijd toegeven, wordt jongerentaal gemeengoed. ‘Je ding doen’ of ‘het is mijn ding niet’, komt uit de hiphopscene, en bereikte het ‘algemeen publiek’ via jongerentaal. Inmiddels wordt het vaak als ‘normaal’ Nederlands gezien. Jongerentaal wordt dan ook vaak gezien als motor van taalverandering. En dat vinden wij dan wel weer heel gaaf, want niks zo mooi als een vak dat altijd in beweging blijft.

Deel dit bericht