Blogposts

Vage taal: 4 varianten om te vermijden

Vage taal vermijden

Vage taal is verwarrend. Dat weten we. Maar toch staan veel zakelijke teksten nog vol met containerbegrippen, te neutrale woorden, slag-om-de-armwoorden en vage tijdsbepalingen. Wil je een heldere tekst schrijven? Ben dan concreet! Zo weten je lezers precies wat je bedoelt en wat er van hen verwacht wordt. Wij leren je in dit blog wat vage taal is en hoe je het kunt vermijden.

'Naar alle waarschijnlijkheid kunnen we de aspecten van de veranderingssituatie tot op zekere hoogte nog aanpassen.'

Enig idee wat hierboven staat? Nee? Maar het klinkt wel belangrijk, toch? De hele zin hierboven bestaat uit vage woorden. Woorden die eigenlijk geen betekenis hebben, maar er wel mooi uitzien. De zin roept vooral heel veel vragen op.

Hoe zeker is 'naar alle waarschijnlijkheid'? Is het 80% zeker of maar 30%?

Tot op welke hoogte kan de situatie nog worden aangepast?

Om welke aspecten gaat het eigenlijk? Wát gaat er veranderen?

En verandert het in positieve of negatieve zin?

Vage taal: eigenlijk zeg je helemaal niks

Je ziet het al. De zin lijkt indrukwekkend en professioneel, maar er is een klein minpuntje. Er staat eigenlijk niks. Je lezers begrijpen niet meer wat je nu eigenlijk schrijft. In dit geval hou je zoveel opties open dat je eigenlijk niks meer zegt. Zorg dus dat je altijd zo concreet mogelijk bent.

Dat doe je door deze vier woordsoorten te vermijden of beter uit te leggen.

 

1. Containerbegrippen

Alledaagse woorden die los gezien geen duidelijke betekenis hebben.

Bijvoorbeeld: Aspect, component, dimensie, element, functie, gebeuren, etc.

 

Dus niet:

Er zijn meerdere aspecten van belang in deze zaak.

 

Maar:

Zowel het budget als het tijdsbestek zijn van belang bij het bouwen van de nieuwe school.

-> Benoem welke aspecten van belang zijn

 

En ook niet:

Het managementteam vervult een belangrijke voorbeeldfunctie.

 

Maar:

Het managementteam geeft het goede voorbeeld.

-> Vermijd het containerbegrip 'functie'

 

2. Neutrale woorden

Termen die positief of negatief uitgelegd kunnen worden. Als ze los gebruikt worden, kun je ze dus op meerdere manieren opvatten.

Bijvoorbeeld: veranderen, aanpassen, ontwikkelen, evolueren.

 

Dus niet:

Onze openingstijden veranderen.

 

Maar:

Onze openingstijden worden ruimer.

-> Worden ze korter of langer?

 

Beter:

We zijn voortaan een uur langer geopend.

-> Hoeveel ruimer?

 

Nog beter:

Voortaan zijn we iedere dag tot 18.00 uur open, in plaats van tot 17.00 uur.

-> Wat was de huidige situatie dan ook alweer?

 

3. Slag-om-de-armwoorden

Termen die je verhaal overdreven nuanceren en beperken. Vaak wil je voorzichtig zijn en deze termen gebruiken om niet te stellig over te komen. Helaas maakt het je verhaal er niet duidelijker op, omdat je niet concreet bent.

Bijvoorbeeld: Tot op zekere hoogte, naar alle waarschijnlijkheid, in zijn algemeenheid, mogelijk.

 

Niet:

Ik kan u tot op zekere hoogte tegemoetkomen in de prijs.

 

Maar:

Ik kan de prijs met maximaal 10 procent verlagen.
-> Hoe ver kom ik je tegemoet?

 

4. Vage hoeveelheden/tijdindicaties

Woorden die een tijd of hoeveelheid aan lijken te geven, maar eigenlijk niet zoveel zeggen.

Bijvoorbeeld: binnenkort, niet zelden, te zijner tijd, zo snel mogelijk.

 

Niet:

We hebben binnenkort weer contact.

 

Maar:

Ik neem volgende week dinsdag contact met je op.
-> Wanneer precies?

 

En dan hebben we het nog niet eens over vage kantoor- en ambtenarentaal gehad! Daarover later meer! Of leer hier alvast hoe je wollige ambtenarenwoorden kunt vervangen door heldere alternatieven.

 

Meer schrijftips?

Wil je meer tips over hoe je een goede, heldere en begrijpelijke (zakelijke) tekst schrijft? Download dan ons e-book ‘Leer helder zakelijk schrijven met deze 20 praktische tips’.

e-book leer helder zakelijk schrijven

 

 

Deel dit bericht